De kroon op het werk!

9 april 2021

Op 19 juni 2021 vierde Dunlop Conveyor Belting haar 100e verjaardag. Ons bedrijf, met circa 250 medewerkers in Drachten en circa 100 medewerkers in het buitenland, verkoopt rubberen transportbanden voor industriële toepassingen. Deze worden gemaakt door een rubber laag aan te brengen op een drager van weefsel of staalkabel.

Speciaal ter ere van ons 100-jarig bestaan hebben we een video gemaakt die je meeneemt in ons verhaal en de geschiedenis van ons bedrijf. Lijkt het je leuk om hier meer over te weten te komen? Kijk deze video dan zeker!

Maar vergeet ook niet om verder te lezen! In dit artikel nemen we je mee in de belangrijkste veranderingen die ons bedrijf in de afgelopen 100 jaar heeft doorgemaakt, en hoe duurzaamheid hierbij een steeds grotere rol is gaan spelen.

Dunlop Conveyor Belting draagt waar mogelijk bij aan een duurzame samenleving. De transportbanden zijn namelijk in vergelijking met andere vervoersvormen zoals over de weg en het water uitermate energie-efficiënt. We gebruiken tevens ongevulkaniseerde rubber die over blijft na de productie van autobanden door het moederbedrijf Michelin, als grondstof voor eigen transportbanden. Dankzij transportbanden kunnen allerlei vitale stoffen voor de mensheid gewonnen worden, zoals bijvoorbeeld fosfaten in Marokko.

Ons bedrijf heeft sinds 1921 verschillende namen gehad:

  • N.V. Nederlandse Balata-Industrie van 1921-1946
  • N.V. Nederlandse Rubber en Kunststoffen Industrie ‘Balata’ van 1944-1964
  • N.V. Enerka (Nederlandse Rubber en Kunststoffenfabriek) van 1964-1965
  • Enerka-Dunlop in 1965
  • Dunlop-Enerka 1966-2001
  • (Fenner Dunlop BV) Dunlop Conveyor Belting 2002 – heden

Balata en rubber

Balata, zoals het bedrijf vroeger heette, is een Caribisch woord voor een vrij hard, roodbruin rubberachtig product. Het wordt als een dikke vloeistof door inkervingen getapt van de balata of sapotilboom oftewel bolletrie(wetenschappelijke naam Mimupos balata of Manilkara bidentata). Oorspronkelijk werden in Drachten drijfriemen van dit materiaal gemaakt op een karkas van sterk canvas, een zwaar geweven katoen. De balata, getapt van een vleeskleurige tot 35m hoogte groeiende, grotendeels takloze boom in Midden en Zuid-Amerika, werd oorspronkelijk in harde blokken van 80x40cm geimporteerd uit Gutana, Venezuela en Brazilië. Door verhitting moest het vloeibaar worden gemaakt. De eerste importen in Nederland vonden in de late jaren 1880 plaats vanuit Suriname.

Rubber was, zo bleek toen, erg geschikt om potlood uit te gummen, vandaar het woord ‘rubbing’(wrijven) waaraan rubber is ontleend. Voorheen gebruikte men daar broodkruimels voor. Later bleek het materiaal ook waterdicht genoeg te zijn om er regenkleding van te maken, wat McIntosh als één van de eersten lukte.

Rond 1900 startte de productie van balatariemen, die dankzij de grote vraag in verband met de opbouw van de scheepvaartindustrie een geduchte concurrent vormde voor de met rubber bedekte leren drijfriemen uit Groot Brittannië.

De rubber en kunststoffen verwerkende Fenner-group is in 1861 gesticht door Joseph Henry Fenner aan de Bischop Lane in Hull en later verplaatst naar het dorpje Marfleet. Het bedrijf verschoof het accent van paardentuigen naar transportbanden in 1921 en maakte vooral vanaf 2006 in Ohio(USA) een sterke groei door. Fenner nam Dunlop over, maar handhaafde de sterke merknaam Dunlop. Hetzelfde gebeurt nu Michelin de overkoepelende eigenaar van Dunlop Conveyor Belting is. Dankzij dit sterke Dunlop merk heeft het bedrijf in Drachten haar eigen profiel behouden.

Het begin van de oliemolen

In juni 1921 liet het familiebedrijf van der Meij en CO de naamloze Vennootschap ‘N.V. Balata’ inschrijven bij de Kamer van Koophanden in Leeuwarden. De productie startte op 25 augustus 1921, met drie man personeel naast de directeur Lourens Aukeszoon van der Meij (foto). Geleidelijk werd het personeelsbestand uitgebreid tot 18 man in 1939 en 75 in 1951.

De voorvader Auke Lourenszoon Van der Meij startte rond 1880 een oliemolen aan de Drachtstervaart, nadat op deze plek het bedrijf van Wietse Oenes van der Meer het na een periode van bloei moeilijker kreeg tijdens de grote agrarische crisis van 1878-97. De oliemolen van van der Meer, nu de huidige locatie van het bedrijf, stond naast de in 1853 door Jan Freerks Oosterbaan gestichte leerlooierij, ook wel leertouwerij genoemd.

Leerlooien gaf veel stankoverlast. Afvalwater werd in de Drachtstervaart geloosd. Via dit water werd met binnenschepen de eikenschors of run aangevoerd, die voor het looien nodig was. In 1871 werd de windkracht in van der Meers oliemolen vervangen door stoom, zodat de aandrijving nu onafhankelijk was gemaakt van de wind. In Oosterbaans gebouw werden vanaf 1908 leren schoenen gemaakt en ijzersterke aandrijfriemen. Die werden toen nog alom in de overval opkomende industrie gebruikt om machinerieën vanaf één door stroomkracht aangedreven centrale as in beweging te zetten.

Nadat het hele gebouw op 11 november 1903 (foto) door een grote uitslaande brand was getroffen, nam de Groningse ondernemer W.B. de Bruin in 1918 het leertouwersbedrijf van Oosterbaan en zijn compagnon Bongartz over om hier een nevenbedrijf van De Bruin en Berends te vestigen. Sindsdien waren Balata en De Bruin en Berends goede buren, die wel aan elkaar leverden of bij grote drukte klanten bedienden.

Zware tijden

Kort nadat in 1929 de rubberproductie ter hand was genomen om beter in te spelen op de wens van klanten, kreeg het Drachster bedrijf te maken met de wereldcrisis, die in feite al jaren eerder was begonnen. Er zijn toen in de moeilijkste tijd jaren geweest waarin van der Meij geld moest bijstorten en geen dividend kon ontvangen. Pas aan het eind van de jaren dertig ging het weer beter met het bedrijf. Maar na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 kreeg de Drachster onderneming het zeer moeilijk. Vanaf 1942 was er vrijwel geen rubber meer voorhanden omdat alles nodig was voor de oorlogsinspanning. In die tijd vielen de werkzaamheden in Drachten goeddeels stil.

Zo was de situatie in 1945, toen het bedrijf met enkele medewerkers weer opgestart moest worden en er veel rubber werd gerecycled om aan grondstoffen te komen. Weldra groeide, ook dankzij de Marshallhulp, de N.V. Balata weer opnieuw. Mede door uitbreiding van het assortiment met rubber brandslangen en allerlei kleinere artikelen, zoals de bekende V-snaren voor auto’s en brommers.Het industriële klimaat van Drachten werd versterkt door de vestiging van Philips en de aanwijzing van de plaats als industriekern in 1951. Dit betekende het begin van een zeer sterke groei, waar veel bedrijvigheid in Drachten van profiteerde. Sindsdien groeide bij de N.V. Balata het aantal medewerkers van 75 in 1951 uit tot wat het nu is.

Hoewel Joop den Uyl op 17 december 1965 bekend maakte dat de Nederlandse mijnen gesloten zouden worden, legde dit de onderneming geen windeieren. Want dankzij de versterking van de kunststof lijn met een grote heet water-kelder en een reusachtige kalander konden nieuwe afnemers in heel Europa worden bediend. Dat werd extra aantrekkelijk toen Drachten de eigen buitendienst versterkte en zo minder afhankelijk werd van externe verkoopkantoren.

Jubileum en nieuwe naam

Op 25 augustus 1961 werd met 150 medewerkers het 40 jarig bestaan gevierd met de onthulling van een kunstwerk van Jentsje Popma en Jaap de Vries: Balata-rubberboom. Uit de boom, zo is nog altijd te zien, slingert zich de drijfriem rond een tandwiel.

Op 1 januari 1963 werd de naam Balata veranderd in Enerka, mede in verband met groeiende exportaspiraties na het tot stand komen van de Europese Economische Gemeenschap. Om verwarring met het vloerbedekkingsbedrijf Balatum in Huizen te voorkomen.

Duurzaamheid bij Dunlop Conveyor Belting

Duurzaamheid heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de productie van transportbanden bij Dunlop. De kwaliteit van Dunlop wordt dan ook gezien als de hoogste kwaliteit beschikbaar op de markt. Transportbanden van Dunlop kunnen ten opzichte van concurrentie twee of meer keer de levensduur halen. Dit is een basis van duurzaam ondernemen. Inzetten van grondstoffen voor duurzaam gebruik, waarmee het verbruik van de grondstoffen geminimaliseerd wordt.

Duurzaamheid ligt ook in het gebruik van stoffen die mens en natuur zo weinig mogelijk schade toebrengen. Maar hiernaast gebruikt Dunlop al sinds meer dan 25 jaar gerecycled materiaal uit de banden industrie in verschillende vormen.

Duurzaamheid op gebied van energie ligt in het verminderen van gebruik van energie. Hier worden de klassieke maatregelen toegepast zoals ledverlichting, upgrade van boilers (gas) met hoger rendement en toepassen van nieuwe elektromotoren met verbeterd rendement.

Naast energieverbruik binnen de productie, is ook energieverbruik van het eindproduct een item. Specifieke rubbers zijn ontwikkeld die zorgdragen voor een lager energieverbruik van de transportband op de installatie. Tevens kunnen indien gewenst lichtere transportbanden ingezet worden die sowieso een lager verbruik hebben op de installatie. Deze initiatieven zijn echter afhankelijk van klant wens, aangezien ze met hogere initiële kosten gepaard gaan.

Momenteel worden echter initiatieven genomen om tot projecten te komen gericht op hergebruik in ons geval van transportbanden te komen. Dit staat nog in zijn kinderschoenen maar zal ongetwijfeld steeds belangrijker worden. In de ontwerpfase wordt dan al rekening gehouden met een te recyclen vorm van het product waarbij afvalmateriaal wat hierbij ontstaat ook gerecycled wordt.

Samenwerking met Michelin is hier van groot belang vanwege de resources en kennis binnen zo’n grote onderneming. Maar ook op de ‘Dunlop schaal’ is zeker het een en ander mogelijk!